Hypes of toevoeging? Deel 2 – Overtal creëren

Hypes in het voetbal?

Het voetbal is altijd in ontwikkeling. Enkele coaches lopen daarin voorop en bedenken wat. Anderen doen het na en soms zonder te weten wat eigenlijk de exacte achtergrond is en hoe de werking bedoeld is. Deze wel of niet “gehypete” onderwerpen zal ik verdiepen. Wedstrijden feitelijk analyserend kwam ik tot de conclusie dat sommige nieuwere tactieken niet of nauwelijks wat toevoegen als je er met eenvoudige logica naar kijkt. In enkele gevallen zitten er duidelijke nadelen of risico’s aan. Zijn deze wel duidelijk en ingecalculeerd? Worden de ogenschijnlijke voordelen wel benut in de praktijk? Of is het niet verstandiger de conventionele tactiek van een kleine aanpassing te voorzien in plaats van een overstap te maken naar een zogenaamde modernere tactiek?

Een man extra creëren

“Een overtal vormen”, daar hoor ik op het hoogste niveau veel trainers over praten in de media. Overtal in balbezit lijkt een gewenste situatie op het veld in de ruimte waar de ploeg de bal heeft. Luisterend naar trainers en lezend wat ze erover te zeggen hebben, lijkt “overtal” bijna een doel op zich te worden. Ik vroeg me af of het aanvallend gezien wel zo zinvol is.

De eerste vraag die in mij opkomt, wat is het doel van een overtal? Antwoorden die ik kan bedenken zijn de volgende:

  • De kans vergroten dat de bal in bezit blijft.
  • Door het uitspelen van het overtal, iemand met de bal een linie verder krijgen richting doel tegenstander.
  • Het lokken van tegenstanders met het overtal om vervolgens de bal te verplaatsen naar daar waar de ruimte is.
  • Bij balverlies meer mensen in de buurt van de bal hebben om de kans te vergroten deze direct weer terug te veroveren.

Als ik mijn oor goed te luisteren heb gelegd is een overtal van één speler extra voldoende voor trainers om het als succesvol te zien. Dus twee eigen spelers tegen één tegenstander of drie tegen twee is voldoende. Maar hoe lang moet je dat overtal hebben? Een (fractie van een) seconde, twee of vijf? Tien tot vijftien meter zal ongeveer de gemiddelde afstand zijn tussen spelers in het veld en dit is binnen twee seconden met even aanzetten makkelijk te overbruggen. Zeker met de explosieve kracht op de hoogste niveaus. Dus meer dan twee seconden een overtal hebben, lijkt al nagenoeg onmogelijk als de tegenstander even gas geeft. Tenzij en zonedekking wordt toegepast. Daar verderop in dit artikel meer over. Of gaat het erom dat het overtal benut wordt op een manier dat er in de laatste zone van het veld, dichtbij het doel van de tegenstander, een man vrijgezet wordt. Maar heette dit alles vroeger niet gewoon goed positiespel spelen? Is daar wel een man extra voor nodig?

In de meeste gevallen staat er op papier in de eigen verdediging al een overtal tegen de aanvallers van de opponent. In Nederland zijn er meestal drie aanvallers, soms twee en zelden één. Met gemiddeld vier verdedigers sta je altijd met één of enkelen meer in de achterste linie. Soms wordt er opgebouwd met drie verdedigers op lijn en twee hoger staande backs.  Zijn de diep staande vleugelverdedigers dan nog mee te rekenen als verdediger in de opbouw? Ver terug op eigen helft heb je bovendien ook nog de eigen keeper die je kunt gebruiken. Zakt een tegenstander ver in, dan kom je dichtbij de middellijn te staan met de eigen verdediging. Maar wat heb je aan een overtal achterin? Hoe kun je het overtal benutten? “Lokken” lijkt hierin het toverwoord. Om een of twee linies dichter bij het doel van de tegenstander ruimte te krijgen, moeten er spelers uitstappen op de verdedigers met de bal. Een linie verder moeten dan teamgenoten in beweging komen en de ruimte die ontstaat benutten. Maar werkt dat zo op de hoogste niveaus? Goed georganiseerde zonedekking, zal niet erg bereid zijn uit te stappen. Zeker niet als het gelijk staat of als er een voorsprong te verdedigen is.

Zonedekking laat zich dus minder snel uit de stellingen lokken. Verdedigen in de zone is een rem op het druk zetten op en rondom de bal. Even gas geven richting de bal, zal minder snel gebeuren dan bij mandekking. Bij een verdediging 1-4-4-2 in de zone staan veelal de twee spitsen tegen vier verdedigers en staan er twee rijtjes van vier in middenveld en verdediging (zie figuur 2). Daarentegen bij mandekking op het middenveld of achterin zullen tegenstanders hun man volgen en is een overtal theoretisch veel lastiger te bereiken of vast te houden (zie figuur 1). Tenzij de mandekking niet goed wordt uitgevoerd natuurlijk. Dus het verzorgen van een man extra tegen een tegenstander die in zonedekking speelt lijkt gemakkelijker dan tegen een ploeg die in mandekking speelt.

Figuur 1. Mandekking door rood op het middenveld. Overtal is voor het gele team lastig te realiseren.

Figuur 2. Zonedekking op het middenveld. Met de back (geel 2) is een overtal te realiseren aan de zijkant met 8 en 7.

In de as op het middenveld is de nog man extra moeilijk te bewerkstelligen mede vanwege een andere trend: “de as dicht zetten”. Daardoor blijft eigenlijk realistisch gezien alleen een overtal creëren aan de zijkant over, zoals bijvoorbeeld in figuur 2. Daarin is zichtbaar dat met de gele spelers 2, 7 en 8 een tijdelijk overtal te vormen is tegen de rode 11 en 5. De backs spelen dus vaak dé belangrijkste rol in het verzorgen van een man extra ergens op het veld. Wil een team wat aan het overtal hebben, dan is het belangrijker dat de rest van de eigen spelers niet naar de balkant trekt overigens. De ruimtes worden daardoor namelijk kleiner gemaakt en de speelruimte voor het overtal beperkt. In het beste geval kun je met het overtal dus aan de zijkant van het veld een speler vrij zetten in de laatste 20 meter van het veld die de bal kan voorgeven.

Voorin een man extra regelen, is nog lastiger omdat er in de basis altijd minder aanvallers zijn dan verdedigers van de tegenstander. Theoretisch gezien moeten er daarom minimaal twee mensen doorschuiven om voorin met een overtal te komen. Zorgt men daarvoor, dan is er direct een risico in de omschakeling naar verdedigen omdat er op het middenveld of de achterhoede mensen weggehaald worden. Maar er wordt tegenwoordig wel bij diverse clubs zo gespeeld dat het wel mogelijk wordt. In figuur 3 staan de spitsen wat meer tussen de linies gezakt, zijn de buitenspelers naar binnen getrokken en komen de backs heel hoog op. Om het verdedigende risico te beperken zakt er meestal een middenvelder terug in de verdediging. Maar het bereiken van de drie spitsen wordt wel bemoeilijkt door de kleine ruimtes die ontstaan voorin en vaak staan er vier mensen voor in de zone. Het is natuurlijk ook erg afhankelijk van de reactie van een tegenstander op deze situatie. Maar op deze wijze kom het gele team wel met een overtal te staan over de gehele breedte voorin. In de praktijk wordt er meestal veelvuldig in een U-vorm rondgespeeld en worden de twee middenvelders en de drie aanvallers weinig bereikt.

Figuur 3. Mogelijkheid om overtal te creëren met hoogstaande backs.

Een groot nadeel van overtal creëren dat benoemd moet worden: er zijn extra medespelers voor nodig, maar dat trekt bijna per definitie ook extra tegenstanders aan. Daarmee worden de ruimtes rondom de bal vaak kleiner. Dat is nooit handig tenzij een team exceptionele kwaliteiten heeft in de kleine ruimte. Met deze klasse kan uit deze kleine ruimtes gevoetbald worden. Het spel is daarmee te verplaatsen naar daar waar wel ruimte ligt voor een medespeler. Een volgende nadeel: Een overtal op de éne plek zorgt voor een ondertal op een andere plek. Verovert de tegenstander de bal, dan kunnen zij hun overtal zoeken en benutten. Er ontstaat vaak kwetsbaarheid in de omschakeling naar verdediging.

Conclusie

In de praktijk zijn de nuttige overtallen te vinden aan de zijkanten voorin, waarmee iemand vrij gezet wordt richting de achterlijn en een voorzet kan afgeven.

  • Achterin is een man extra alleen nuttig als de tegenstander zich daardoor laat weglokken. Dat gebeurt meestal pas als de tegenstander echt wil winnen of tegen een achterstand aan kijkt. Laat men zich weglokken, dan is er op het middenveld of voorin een man extra te creëren. De volgende stap is het uitspelen in een hoog tempo voordat de opponent weer terug in positie is.
  • Op het middenveld in de as richting laatste zone is het vrijwel onmogelijk om een overtal te forceren tegen compact verdedigende ploegen. De ruimtes zijn daar klein. Lukt dat wel, dan is het juist de kunst direct uit die drukte te voetballen naar daar waar de ruimte is ontstaan.
  • Voorin kun je wel voor extra mensen voor het doel zorgen (bijvoorbeeld door buitenspelers aan de binnenkant van de backs te positioneren), maar dat brengt over het algemeen net zo veel tegenstanders mee. Het inbrengen van de bal in overvolle strafschopgebieden lijkt vervolgens meer op toevalsvoetbal (hopen dat de bal goed valt) dan op met een gedachte zoeken naar een doelpunt.

Maak overtal geen doel op zich. Het is belangrijk ook goed na te denken over de nadelen ervan. Vaak is de balans in veldbezetting weg en liggen er risico’s in de omschakeling naar verdedigen. Vanuit mijn eigen ervaring als analist worden wedstrijden vooral gewonnen door de teams die balans hebben in de veldbezetting, slimmer zijn in het positie kiezen tussen de tegenstanders om hen heen. Veel doelpunten worden bijvoorbeeld juist door spitsen gemaakt die tegen meerdere tegenstanders slimmer positie kiezen. Kijkgedrag, timing, met een voorbeweging ruimte creëren zijn daarin vooral belangrijk. Het uit positie lokken van een tegenstander, of het uitspelen van een tegenstander met een overtal is slechts één van de instrumenten om ruimte te maken en niet het beste noch het gemakkelijkste.