Zonedekking: waarom bijna niemand het goed uitvoert – Dl 2 van 2

GESCHREVEN IN MEI 2019
Inleiding
Wat is effectieve zonedekking in detail? In mijn eerdere zoektocht naar diepgaande literatuur over dit onderwerp kwam ik zelden verder dan summiere uitleg van enkele basisprincipes. Daarom doe ik in dit tweede deel opnieuw een poging om op basis van eigen inzichten en ervaring uit te leggen hoe zonedekking optimaal werkt. Mijn kennis is opgebouwd uit het analyseren van beelden, bestuderen van buitenlands studiemateriaal (met name Spaans), observeren van topteams en logisch redeneren waarom verdedigend iets misgaat. Beelden terugspoelen, opnieuw bekijken, en blijven vragen: waarom ontstaat er ruimte of een doelkans? Wat had beter gekund? En altijd open blijven staan voor betere, logisch opgebouwde inzichten.

Figuur 1. Als er in het centrum iemand niet op lijn staat, in dit geval verdediger 3, dan zal die ruimte direct genomen worden door de buitenspeler. De directe tegenstander, de linksback, heeft vaak minder goed zicht op de situatie en gaat er niet zelden vanuit dat de rest op dezelfde hoogte staat. Het is dus direct een kwetsbare situatie.
Altijd op lijn blijven met de achterste linie
De buitenspelregel is een krachtig verdedigingsmiddel. Om deze optimaal te benutten is het essentieel dat de achterste linie op één lijn staat. Al een halve meter verschil kan op topniveau fataal zijn.
- Figuur 1 toont hoe een buitenspeler direct profiteert als één verdediger niet op lijn staat. De back denkt dat iedereen gelijk staat, maar de tegenstander ziet de ruimte.
- Figuur 2 laat zien hoe een spits of middenvelder direct in de vrijgekomen ruimte duikt als een centrale verdediger (bijv. nummer 4) doordekt op een aanvallende middenvelder.
- Figuur 3 benadrukt dat uitstappen ook diagonale passing makkelijker maakt. Een kleine stap naar voren opent gevaarlijke hoeken voor een steekpass.

Figuur 2. Nummer 4 dekt door op nummer 10. Als de bal aan de zijkant terecht komt dan kan 9 de ontstane ruimte pakken achter nummer 4. Maar ook als de bal gestoken wordt door nummer 10 bijvoorbeeld, heeft de spits een voorsprong op zijn tegenstander.

Figuur 3. Nummer 4 dekt door op nummer 9. De hoek voor diagonale (steek-)passing achter de laatste linie wordt daardoor veel groter voor de nummer 10 aan de bal. De nummers 8 en 11 zouden daardoor makkelijker bereikt kunnen worden en in scoringspositie gebracht.
Bij backs gaat het vaak mis. Ze stappen door op opkomende backs van de tegenpartij terwijl er achter hen ruimte openblijft. In zonedekking is het doel niet om druk te zetten, maar om zones af te dekken en gevaarlijke ruimtes onbespeelbaar te maken. Een opbouwende back van de tegenstander mag gerust even de bal hebben op 45 meter van het doel. Laat de buitenste middenvelder maar druk op hem zetten.
Een simpele maar krachtige regel voor backs: “Jij bent verantwoordelijk voor de ruimte achter je. Is die ruimte veilig, dan mag je doordekken.”
- In screenshot 1 (PSV-Ajax, Johan Cruijff Schaal) zie je hoe Sadilek uitstapt en Tadic meteen de ruimte in duikt. De CV volgt, het centrum ligt open, en Ajax scoort.

Screenshot 1. De bal is bij Veltman van Ajax midden onderin beeld. Sadilek dekt door en de ruimte achter hem wordt direct door Tadic genomen. De centrale verdediger van PSV loopt met hem mee. In het centrum komen Van de Beek en Dolman tegen één tegenstander te staan. Een doelpunt (1-0) volgt.
Een andere veelvoorkomende fout is het te vroeg meelopen met een spits die de diepte zoekt bij een vroege voorzet:
- Figuur 4 toont hoe de rechtsback buitenspel opheft door mee te bewegen, waardoor alle aanvallers plots veel ruimte krijgen.
Belangrijk hier: de back heeft het overzicht en kan de linie aansturen. Blijven staan is vaak veiliger dan meelopen. Eén verkeerde stap ontregelt de organisatie.

Figuur 4. Nummer 11 zet een loopactie in voordat de bal gegeven wordt achter de verdediging. De meelopende rechtsback 2 heft buitenspel op voor hem en de rest van de aanvallers en geeft hen daarmee veel ruimte. De nummer 2 kan hier de regie in handen nemen en op buitenspel sturen of ervoor zorgen dat de gehele achterhoede terug beweegt.
Meebewegen met het spel van de tegenstander
In zonedekking kies je als team waar je de tegenstander opvangt. Dat kan dicht bij het eigen doel, maar liever zo ver mogelijk ervan af. Je kunt zelfs variëren gedurende de wedstrijd.
Maar: zonedekking en hoge pressie gaan moeilijk samen. Als je de bal verliest op de helft van de tegenstander, is direct druk zetten in strijd met het systeem. Het alternatief: meebewegen.
Basisprincipe 2: Bal terug = team vooruit
Een eerste belangrijke principe werd in artikel 1 beschreven. Hier een uitleg over het tweede belangrijke principe. Wanneer de tegenstander terugdraait of terug speelt, schuift het hele team op naar voren. De verticale afstanden (tussen linies) blijven gelijk. Ook de keeper schuift mee. Richtlijn: de bal mag niet meer dan 30-35 meter van de achterste verdedigende linie verwijderd zijn. Dus als de bal op de rand van de zestienmeter is van de aanvallende partij, dan staat de eigen laatste linie op de middellijn.
- Figuur 5 toont hoe het team in één beweging opschuift bij een terugpass van blauw 2 naar blauw 3.

Figuur 5. Blauwe nummer 2 speelt naar nummer 3. Het gehele oranje team beweegt mee met de bal en houdt daarbij de afstanden gelijk. Als de bal vervolgens vrij bespeelbaar ligt in voorwaartse richting bij blauw 3, moet men weer alert zijn op de grotere ruimte die ontstaat in de rug van de verdediging en voor de keeper.
Basisprincipe 3: Vrije bal = alert op snelheid diepgaande tegenstanders
Als de bal vrij ligt bij een tegenstander die kan passen in voorwaartse richting:
- Verdere linies draaien in met het gezicht naar de bal.
- De achterhoede beweegt mee met opkomende aanvallers of middenvelders die snelheid maken.
- Middenvelders sluiten aan voor de tweede bal.
- Aanvallers die op gelijke hoogte staan zijn makkelijker buitenspel te zetten.
- Hoe kleiner de afstand tussen bal en laatste linie, hoe gevaarlijker. De tijd om te corrigeren wordt korter.
- In Figuur 6 maakt speler 10 een diepe loopactie en speler 6 heeft de bal vrij om hem te bereiken. Als de verdediging meebeweegt, is het gevaar beperkt. Blijft ze staan, dan volgt een kans.
- Screenshot 2 (APOEL – Ajax): Van de Beek is al onderweg als Veltman de bal speelt. De verdediger reageert te laat. Gevolg: een grote kans voor Ajax.

Figuur 6. Speler 10 maakt een loopactie in de diepte en komt op snelheid. De bal is in bezit van speler 6 die de pass kan geven op 10 achter de verdediging van de tegenstander. De achterste linie moet de snelheid opvangen om het gevaar te neutraliseren. De rechtsback en de rechter centrale verdediger behoren ook wat naar elkaar toe te komen om de ruimte nog kleiner te maken voor de 10. Is de bal te lang, dan moet de keeper de bal hebben.

Screenshot 2. Van de Beek is al onderweg op snelheid en de centrale verdediger van APOEL moet nog starten. De Ajax aanvaller krijgt de bal en een scoringskans in de 16 meter.
Afwijkende situaties en oplossingen
Een situatie vanaf de middellijn: een spits komt naar de bal en een middenvelder duikt achter hem de ruimte in. Twee opties:
- CV dekt door → de andere verdedigers knijpen en vangen de opkomende middenvelder op. Een eigen middenvelder kan ook helpen.
- CV blijft staan → linie zakt iets terug, middenvelder pakt de spits tussen de linies op.
Het principe blijft gelijk: opvangen van snelheid, voorkomen dat tegenstanders vrij inlopen, en zones blijven dekken.
Samenvatting
- Op lijn spelen voorkomt veel gevaar. De ruimte achter de verdediging wordt moeilijker bespeelbaar.
- Communicatie vanuit de achterste linie (met hulp van de keeper) is essentieel: Passlijnen sluiten, afstanden bewaken, overdragen van spelers.
- Kijkgedrag helpt: niet alleen naar de bal kijken, maar ook naar je linie.
- Meebewegen met terugspelende tegenstander helpt om ruimte te winnen en druk op te bouwen.
- De bal is vrij bespeelbaar bij een tegenstander? Dan moet je snelheid opvangen en ruimte verkleinen, vooral achter de laatste linie.
Effectieve zonedekking is geen rigide systeem, maar een dynamisch principe gebaseerd op logica, samenwerking en continue communicatie. Dat maakt het zo lastig om het optimaal uit te voeren. Het vergt kennis, veelvuldige oefening en lef om het in te voeren vanuit een technische staf. Het roeps vragen op en in het begin ook weerstand. Uiteraard moet het passen bij de spelers die er zijn.
