Trainingsintensiteit

 

Het is een “hot” onderwerp de laatste maanden. Zowel in de amateur- als profwereld is er veel over te doen. Trainen we in Nederland wel hard genoeg?

 

Als hoofdtrainer is je eerste verantwoordelijkheid gezamenlijk met je staf om de spelers fit te houden en er alles aan te doen om blessures te voorkomen. Aan een geblesseerde speler heb je immers niets, die kun je niet leren, het kost ook gewoon geld en het is bovendien altijd een persoonlijk drama. Maar aan de andere kant wil je natuurlijk ook dat spelers in een optimale conditie komen voor het wedstrijdprogramma dat ze moeten afwikkelen. Daarin moet dus naar een balans gezocht worden.

 

Om voetballers in goede conditie te krijgen gebruiken verreweg de meeste Nederlandse trainers, van amateurs tot profs, het periodiseringsmodel van Raymond Verheijen. De KNVB doceert deze methode al geruime tijd. Kort gezegd komt het op het volgende neer:

  • Nagenoeg alles gaat met bal in partijvorm.
  • Het is specifiek gericht op voetbalconditie (die niet te vergelijken is met de conditie van duursporters). Voetbal is variatie in lengte en intensiteit van sprints met variabele rustpauzes ertussen.
  • Een duurzame opbouw in belasting waarbij de intensiteit in periodes van 6 weken verhoogd wordt. Je begint met grote partijen op grot veld en eindigt met kleine partijtjes op klein veld. Dat laatste kost veel meer kracht.
  • Elke cyclus van 6 weken is een stapje zwaarder dan de vorige 6 weken.
  • Er is veel aandacht voor arbeid/rust-verhouding. Tussentijdse rust is nodig om te herstellen én om ervoor te zorgen dat de maximale intensiteit gewaarborgd kan blijven. Van potjes in een te laag tempo, leer je te weinig als voetballer namelijk.
  • Schema’s worden gebruikt en deze bepalen m.b.t. de partijvormen:
    • Het aantal mensen in de partijtjes
    • De duur van de partijtjes
    • De rust tussen de partijtjes
    • Het aantal partijtjes
  • Schema’s worden gebruikt en deze bepalen m.b.t. de uit te voeren sprints:
    • De lengte van de sprints
    • De intensiteit van de sprints
    • Het aantal sprints
    • De rust tussen de sprints

 

Zo doe je bijvoorbeeld als amateurtrainer met een groep in de eerste 2 weken een training per week conditie bouwen middels partijvormen van circa 9vs9 voor de duur van 12 minuten (een keer of 3 met een paar minuten rust ertussen) en dat bouw je qua intensiteit op naar het in de laatste 2 weken van de cyclus doen van partijtjes van 4vs4 voor de duur van anderhalve minuut (2 series van 6 met 1 minuut rust tussen elk partijtje en 4 minuten tussen de series). In beide gevallen wordt dit aangevuld met sprintoefeningen die betrekkelijk weinig tijd in beslag nemen.

 

Deze methode, die gebaseerd is op gedegen onderzoek, is nogal aan kritiek onderhevig. Het grootste discussiepunt is eigenlijk altijd de arbeid-rust-verhouding. Spelers (en trainers) hebben vaak het gevoel dat ze te weinig doen. Ze zijn niet moe genoeg. Maar als dat zo is, dan schort er beslist wat aan de begeleiding vanuit de trainer(s). Het belangrijkste stuk moet hij immers toevoegen, namelijk er voor zorgen dat de intensiteit van de partijtjes maximaal is! Daarvoor heb je als coach allerlei “tools” ter beschikking om dat te bereiken. De jongens indelen en alleen letten op de tijd en de grootte van de partijen is dus beslist onvoldoende. Dan gaat het vanzelf in een te laag tempo dat door de spelers zelf bepaald wordt en de meeste groepen zijn niet zelfstandig in staat in de hoogste versnelling te trainen. Zo ontstaat ook het beeld dat deze methode niet de juiste zou zijn. Spelers worden niet moe en omstanders en trainers zien of horen dat ook. Onbegrip over de methode Verheijen ontstaat daardoor al snel en nationaal vinden we zelfs dat we niet hard genoeg trainen. Zo ontstaat dat dus. Maar vraag het iedere voetballer: een potje 4 tegen 4 van anderhalve minuut op maximale intensiteit, dus continu maximaal explosief sprintend los komend van je tegenstander en andersom verdedigend en de ballen hard inspelen, duels met volle kracht ingaan, is zo zwaar dat je blij bent met een minuutje rust om het volgende potje weer te kunnen beginnen.

 

Hieronder een aantal handvaten om de methode Verheijen wel op maximale intensiteit toe te passen.

  1. Aangeven wat je als trainer verwacht van je speler en hoe het spel maximaal intensief kan zijn.
  • Aangeven dat het om een conditionele training gaat
  • Alles in maximale explosiviteit uitvoeren, dus sprintend druk zetten én aanbieden
  • Bal hard inspelen
  • Duels op volle kracht ingaan
  1. Moedig de spelers continu aan om maximale inzet te geven en complimenteer ze als je dat ziet gebeuren.
  2. Zorg ervoor dat ballen direct ingebracht worden als ze uit het veld gaan en verlies geen tijd met ballen halen.
  3. Bijzondere regels bedenken zoals,
  • Koppeltjes maken van speler en tegenstander die elkaar moeten dekken (nadeel niet wedstrijd-echt, beter doen bij kleine partijtjes).
  • Pas scoren als het hele team is bijgesloten over de helft (bij grotere partijen soms nuttig).
  • Score bijhouden en belonen van winnaars en/of straffen verliezers (vooraf aangeven).
  • Binnen 30 seconden een doelpoging (dan krijg je meer omschakelmomenten en dat is zwaarder dan lang balbezit aan 1 kant).

 

Je zult zien dat als de oefenvormen echt op maximale kracht gaan, dat spelers het minder lang optimaal volhouden dan je zou verwachten. Ze hebben hun rust dan echt hard nodig. In het begin moet je ook je plek zoeken in de schema’s: welke stap past bij mijn groep? En aan de top maken ze zelfs individuele schema’s als aanvulling op de groepstrainingen. Maar daar heb je specialisten voor.

 

De tabellen zijn ook niet heilig. Als trainer moet je continue observeren of de spelers niet té vermoeid zijn, want dan loopt bij maximale intensiteit het risico op blessures hard op. Haal spelers eruit met kleine pijntjes of als ze niet fris ogen. Soms betekent dat improviseren met aantallen of een andere speler even wat minder rust geven. Maar improvisatie hoort bij het vak, zeker in de amateurwereld.

 

Slotconclusie: We moeten het “harder willen trainen” wat nuanceren. Er moet beter begeleid getraind worden zodat elke minuut conditie-opbouw optimaal benut wordt. Als de trainer zorgt dat elke conditietraining met maximale intensiteit uitgevoerd wordt, dan zijn de rustpauzes hard nodig en zijn de partijen bovendien zeer nuttig om spelers te laten wennen aan het hoogst mogelijke tempo. En gaat dit goed, dan kun je zelfs ook tactische elementen gaan toevoegen. Deze kun je goed bevragen en benoemen in de vele rustpauzes. Zo gebruik je ook deze nuttig.

1 Comment

  1. Cees Lagendijk says:

    De spijker VOLLEDIG op z’n kop, ik werk al bijna 10 volgens de methode van Raymon, hij heeft me getriggert / uitgedaagd en wat mij betreft werkt het TOP … De laatste 2 clubs ( 2008-2012 SteDoCo / 2012 – heden GJS ) waar ik gewerkt heb / nog steeds werk hebben relatief erg weinig spierblessures EN zijn altijd topfit gebleken als het er echt omgaat … als de prijzen verdeeld worden. De wetenschappelijk onderbouwde methode zorgt ervoor dat je zo vaak als mogelijk met de sterkste 11 kunt spelen omdat je eenvoudig gesteld weinig onnodige overbelastingsblessures hebt … Je moet je er als trainer-coach wel in verdiepen … wel bij iedere sprintvorm / partijvorm die een VC ( voetbal conditioneel ) karakter heeft er bovenop zitten … er is nog een nooit een speler van het trainingsveld gekomen die het gevoel had te weinig gedaan te hebben …

Leave a Reply

Leave a Reply